Opinie & pers

Opinie & pers

Hieronder vindt u opinies en media optredens van Daniëlle die recent in de pers zijn verschenen.

2018

14/12 verschenen in Trends: La belgique, c'est chique

La Belgique, c’est chique.

Vorige week kende Agoria de E-gov Award toe. De gelukkige die dit keer in de prijzen viel was EWI, het departement Economie, wetenschap en innovatie. Ze wonnen met een digitaal portaal voor FRIS (Flanders Research information Space) dat onderzoekers dichter bij elkaar brengt..

Agoria wil organisaties belonen die door hun digitale dienstverlening het leven van de burger en het bedrijfsleven verbeteren. Een mooi initatief. Qua digitalisering valt er nog een hele weg af te leggen. 

Ik kan me niet ontdoen dat er qua administratieve dienstverlening veel stappen vooruit worden gezet om de burger vlotter te helpen. Denken we daarmee aan ‘Doe maar digitaal’ op federaal vlak met onder meer realisaties zoals Itsme en de Ebox.
Federale overheidsdiensten mogen voortaan ook geen gegevens van burgers en bedrijven meer opvragen die al bij de overheid ter beschikking zijn. De Ministerraad keurde daartoe op 28 november de wet rond unieke gegevensverzameling goed.

Ook in Vlaanderen startte men het ‘Radicaal Digitaal’ – project met als slagzin ‘een overheid die jou beter begrijpt’. In het toekomstige Bestuursdecreet zal de bepaling rond het eenmalig vragen van gegevens bij burgers en bedrijven zelfs nog verstrengd worden en zal een burger dit ‘only once principe’ ook kunnen afdwingen. ‘Vraag niet wat je al weet’. Er worden wel degelijk stappen gezet.

Laat ons echter de lat nog hoger leggen. We zijn er immers nog niet. De verschillende digitale eilanden van overheidsdiensten, intercommunales, ziekenfondsen, publiekprivate samenwerkingen werken nog te veel op eilandjes.

Een voorbeeld uit het leven gegrepen. Ik ga naar het station van Leuven. Ik wilde me een parkeerabonnement aanschaffen om mijn wagen in de ondergrondse parking te kunnen zetten tegen een abonnementsprijs. De juffrouw vroeg om even mijn identiteitskaart in te lezen: Alle gegevens werden van mijn identiteitskaart gehaald. De foto van mijn pas werd op mijn nieuwe parkeerkaart geprint. De dame in kwestie vond alle gegevens digitaal en kon verder. Digitalisering ten top, dacht ik toen. Processen in orde. Zoals het hoort in 2018.

Tot op het moment dat bleek het niet zeker was of er wel plaatsen in die parking waren voor abonneehouders. Dat moest even telefonisch gecheckt worden. Eerst even overleggen met de collega, dan de draagbare telefoon gaan halen om finaal het telefoontje te plegen. De rij achter mij groeide ondertussen aan.
Bleek dat er geen plaats was in de parking voor nieuwe abonneehouders. De parkeerkaart kon dan ook niet geactiveerd worden. Ik kreeg wél een handgeschreven briefje met een stempel van de NMBS dat ik aan het loket was geweest.

Vanaf vorig week mag ik gratis parkeren, ‘als overgangsfase’. Dit impliceert wel dat ik elke dag mijn handgeschreven notaatje moet gaan tonen aan het loket zodat men mijn ticket kan neutraliseren. De loketbediende vertelde me ook dat ik vanaf nu me elke dag moest melden aan het NMBS loket om te horen of er wel plaats was in de parking voor abonnees. ‘Of dat dan niet telefonisch kon’, vroeg ik. Neen, dat was niet mogelijk. Het was First come, first served, in hoogsteigen persoon.

In alle bescheidenheid durf ik zeggen dat mijn dagelijks schema niet toelaat elke dag even aan het loket van de NMBS te gaan horen of mijn parkeerabonnement kan geactiveerd worden, laat staan een kattebelletje aan het loket te tonen zodat mijn parkeerbon wordt geneutraliseerd.

De tijd dat deze ganse administratie en toelichting duurde, begon danig op mijn rij-genoten te wegen. Er werd gezucht en geklaagd. Ik had er alle begrip voor.

Bij mijn vertrek hoorde ik de dame die achter mij stond aan het loket iets vragen over haar behoeftige zoon en iets van kortingen. Ik hoorde nog net het antwoord : ‘ah nee, toch niet, daar moet u eerst nog een attest voor bij het ziekenfonds halen’…

We moeten daar van af, van dat soort van toestanden. Burgers willen hun tijd nuttig kunnen invullen, ze willen niet meer aan loketten staan en onverrichterzake terug keren. Ze willen waar voor hun overheidsgeld, verrast zijn dat het zo vlot ging. De digitale toon is nu gezet, zowel Federaal als in Vlaanderen. De overheid moet zich blijven inzetten tot alles vereenvoudigd en gedigitaliseerd is, tot elke Belg na afhandeling van een administratieve vraag tot de vaststelling komt : ‘La Belgique, c’est vraiment chique’.

 

8/11 Verschenen in Trends : Als mensen vertrekken

Laatst belde een goede vriendin, Marit. Ze is iets langer dan 2,5 jaar bezig haar bedrijf uit de grond te stampen. Ik zie haar gedrevenheid, haar trial and errors , maar ook het enthousiasme wanneer ze haar kleine organisatie ziet groeien.

Ze doet dat schitterend. Ik ben jaloers op het stadium dat ze nu met haar bedrijf doormaakt. Die pioniersjaren hebben me destijds grijze haren bezorgd. Toch was het ook een tijd waarop ik met plezier terugkijk, de spanning en het risico hingen bijna elke dag in de lucht.

Marit heeft twee mensen in dienst. Ze belde. Haar eerste medewerkster die ze in dienst nam, besliste te vertrekken. Dat ze andere dingen ging doen, had ze haar bazin verteld. Marit was er het hart van in. Ook dat herkende ik. Als je eerste werknemer vertrekt, dat zie je als een falen. Hart en ziel stak je in de opleiding van je eerste medewerker en na een tijdje beschouw je zo iemand als een soort van rechterhand. Als die vertrekt, dan lijkt het alsof de grond even onder je wegzakt. Dan begin je alles in twijfel te trekken.

Ook de impact is enorm. Wie in een organisatie van drie mensen werkt, ziet dan 33 procent van zijn capaciteit verloren gaan. De overige twee mensen moeten er een halve job bij nemen om te blijven draaien en de zaakvoerster moet een zoektocht beginnen naar een nieuwe kracht en die opleiden. Been there, done that .

En toch, aan elke startende zaakvoerder die dit leest: je komt het door. Elke bedreiging is een kans. Ik stel vast dat de medewerkers die in al die jaren zijn vertrokken, zeker hun steentje hebben bijgedragen. Er zijn ook andere mensen die de organisatie mee kunnen dragen. Een andere belangrijke stelregel is dat groei mensen doet verliezen. Niet iedereen kan mee in het tempo of wil in een constant wijzigende organisatie werken. Het hoort erbij.

Ook in het bedrijfje van Marit kwam de kans, zelfs sneller dan verwacht. Ze vond een nieuwe enthousiaste medewerkster op wie ze kan bouwen. De nieuwe inzichten en talenten van de nieuwe medewerkster dragen zelfs extra bij aan de opbouw van haar kleine organisatie. Ook Marit vond heel snel weer de kracht om ertegenaan te gaan.

Het vertrek van een medewerkster overkwam Marit een eerste keer, maar het zal niet de laatste keer zijn. Het vertrek van mensen hoort bij het leiding geven. We moeten onze mensen koesteren, maar we hebben niet alles in de hand. Er kan iets wijzigen in het privéleven van onze medewerkers, ze kunnen een andere kijk op het leven krijgen of ze  komen een kans tegen.

Door de band genomen zijn er hoofdzakelijk vier redenen waarom mensen een organisatie verlaten. Sommigen voelen de passie niet meer, anderen zien een gebrek aan carrièrekansen als reden. Nog anderen vinden dat ze te weinig feedback of waardering krijgen. 

Een vierde reden van vertrek is een matig presterende leidinggevende.

Bij Marit ging het duidelijk om iemand die de passie niet meer voelde in haar vak. Haar medewerkster wilde een totaal andere richting nemen in haar professionele leven. Ik ondervond al enkele keren dat het gebrek aan carrièrekansen sommige medewerkers deed beslissen de organisatie te verlaten.

Werken bij een kmo heeft voordelen: je bent snel betrokken bij de organisatie en kan dicht bij huis werken. Maar de zwakte is inderdaad een gebrek aan carrièrekansen. De meeste kmo’s hebben een relatief vlakke structuur.

Mensen die een organisatie verlaten, het hoort bij de weg die een bedrijf aflegt. Na vijftien jaar ondernemen stel ik vast dat het vertrek van mensen niet het einde van je organisatie betekent. Als mens betreur ik bijna altijd het vertrek van medewerkers.

We blijven met mensen bezig. Maar als leidinggevende weet ik ondertussen dat het einde van een samenwerking ook steevast de aankondiging betekent van nieuw enthousiast talent.

30/08 Verschenen in Trends: Tijd voor één sociaal statuut

Onlangs werd weer een stokje in het hoenderhok gegooid over de zelfstandigen in bijberoep. Het statuut zou beperkt moeten worden in tijd, de bijberoepers zouden voor oneerlijke concurrentie zorgen. Sommigen lijken te denken dat mensen die niet volledig zelfstandig ondernemen, geen echte ondernemers zijn. Of dat ‘zelfstandig zijn in bijberoep’ alleen maar dient om later over te stappen naar een voltijds ondernemerschap. Larie en apekool natuurlijk.

Het gaat er uiteindelijk over hoe je je tijd invult. Er zijn mensen die een goede reden hebben om niet voltijds zelfstandig te ondernemen, en niet omdat ze van twee walletjes willen eten. Iemand uit mijn kennissenkring is jaren schoonheidsspecialiste geweest. Ze houdt van haar beroep en doet het met passie. Tot ze ging scheiden. Ze kwam er alleen voor te staan en moest plots voor haar twee kinderen zorgen. Dan heb je een stabiel inkomen nodig. Niet altijd gemakkelijk in haar sector: in de kalme periodes kwam ze de maand niet door.

Dus besloot ze te kiezen voor een stabiel halftijds inkomen en als zelfstandige in bijberoep schoonheidsspecialiste te zijn. Mooi, denk ik dan. Zo kan ze blijven doen wat ze graag doet.

Dat gezegd zijnde, moet er wel wat gesleuteld worden aan het sociale statuut van de bijberoepers. Zij betalen wel sociale lasten, maar genieten niet van de sociale lusten. Een beetje kort door de bocht komt het er zelfs op neer dat zelfstandigen in bijberoep deels meebetalen voor de sociale rechten van zelfstandigen in hoofdberoep.

We moeten dringend ophouden met alle werkende mensen in aparte hokjes te stoppen. Werknemers, ambtenaren, zelfstandigen, zelfstandigen in bijberoep: ze hebben allemaal een eigen sociaal statuut, en toch dragen ze allemaal bij. Waarom is dat zo geregeld? Het zijn toch allemaal mensen die werken ?

Ik vat het huidige systeem samen. Er zijn drie socialezekerheidsstelsels:

- het werknemersstelsel, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, is het grootste en int de werknemers- en werkgeversbijdrage voor de sociale zekerheid. De uitbetaling van de uitkeringen gebeurt dan door andere instellingen, zoals de Federale Pensioendienst, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, of de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie;

- ten tweede is er de Rijksdienst voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen (RSVZ). Zelfstandigen zijn verzekerd voor vijf takken in de sociale zekerheid (ziekte en invaliditeit, moederschapsverzekering, gezinsbijslag, pensioen, en faillissement). De uitkeringen gaan via socialeverzekeringsfondsen.

- ten derde zijn er de ambtenaren, waarvoor deels de RSZ het overkoepelde orgaan is, en voor een ander deel de tewerkstellende overheid.

Het mag duidelijk zijn: een administratief kluwen. Nochtans gaat het in alle gevallen over mensen die arbeid verrichten. Zou het dan niet beter zijn om te streven naar één sociaal statuut, voor elke werkende Belg, ongeacht welk contract hij heeft? Dan verdient iedereen dezelfde sociale rechten.

Het kan op twee pijlers rusten. Enerzijds is er de universele basisverzekering die alle niet-arbeidsgebonden risico’s op zich neemt. Anderzijds is er de werkgerelateerde verzekering: voor pensioenen, tijdskrediet, beroepsziekten, arbeidsongevallen, werkloosheid. Bijberoepers, zelfstandigen, ambtenaren, werknemers: allemaal dezelfde sociale bijdragen maar dan ook dezelfde sociale lusten.

Zo’n systeem werkt ook de polarisering tussen al de groepen weg. Wie geen zin heeft om risico te nemen als ondernemer, kiest voor een baan als werknemer. Wie een beetje risico wil nemen, wordt zelfstandige in bijberoep. Dat kan nu ook al, maar de laatstgenoemde heeft niet dezelfde sociale rechten. In het voorgestelde systeem draagt iedereen hetzelfde pro rata bij, maar krijgt iedereen ook dezelfde sociale rechten.

Door zo’n universeel sociaal statuut komt er pas echt een administratieve vereenvoudiging, daalt het overheidsbeslag en is er voor iedereen hetzelfde pakket sociale rechten. Ook voor de schoonheidsspecialiste die nu liever even ook halftijds werknemer wil zijn.

17 /08 verschenen op Knack Bijberoep beperken in de tijd? Ik dacht het niet!

Vlaams parlementslid Danielle Vanwesenbeeck (Open Vld) reageert naar aanleiding van het voorstel van Grete Remen om het zelfstandig statuut in bijberoep te beperken in tijd.

‘Het statuut is er voor mensen die enerzijds willen proeven van het ondernemerschap, maar even goed voor mensen die een zeker inkomen willen. Niet iedereen wil van een ondernemerschap in bijberoep evolueren naar een hoofdberoep en dat hoeft ook niet.’

 “Zelfstandigen in bijberoep zijn heel belangrijk voor het ondernemerschap. Uit cijfers van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) blijkt dat er de laatste vijf jaar 10 procent bijberoepers zijn bijgekomen. Er zijn in ons land 260.000 zelfstandigen in bijberoep, dat is zonder de 105.000 gepensioneerden mee te rekenen.

Echter, er mag nog gesleuteld worden aan het sociaal statuut van de zelfstandige in bijberoep:  ‘zelfstandigen in bijberoep betalen wel sociale bijdragen, maar bouwen hiervoor geen sociale rechten op. Dat is oneerlijk.” zegt Vanwesenbeeck.

Een beperking in tijd voor dit statuut is totaal niet aan de orde: niet elke zelfstandige in bijberoep heeft de intentie om ooit naar voltijds ondernemerschap te evolueren.

Ik denk daarbij aan bijvoorbeeld alleenstaande moeders, die de stap hebben teruggezet vanuit een voltijds ondernemerschap naar een bijberoep. Ze willen de job waarvoor ze zijn opgeleid verder uit oefenen maar willen terug kunnen vallen op een vast inkomen. Ik zie niet in waarom er dan een beperking in tijd gezet moet worden. Het argument dat er oneerlijke concurrentie is, is misplaatst. Er is echter wél een vorm van discriminatie.

'De bijberoepers betalen immers wel sociale bijdragen, maar bouwen daar mee geen sociale rechten op. Dat is een pertinente discriminatie. ‘ zegt Vanwesenbeeck, Vlaams parlementslid en ondernemer. ‘In plaats van allerlei beperkingen op te leggen zoals bv een tijdslimiet, is het beter alle vormen van discriminatie rond sociale rechten weg te werken bij de verschillende statuten en te evolueren naar één sociaal eenheidsstatuut. Dat zou pas het ondernemerschap stimuleren.

De tijd van het hokjesdenken is al lang achterhaald.

Het parlementslid pleit daarom om te streven naar één sociaal eenheidsstatuut, waar de burger voor dezelfde activiteit dezelfde lasten en lusten draagt.

Open Vld is voorstander van één sociaal statuut voor iedereen die werkt, of je nu zelfstandige, werknemer of ambtenaar bent. 

07/06 Verschenen in De Tijd: Vul de vacatures in met minder subsidies en lagere loonkosten

Verminder de berg subsidies en geef substantiële kortingen op de loonkosten. Dat zou een Vlaamse maatregel kunnen zijn voor de arbeidsdeal van premier Charles Michel.

Het bedrijfsleven schreeuwt om maatregelen die ertoe leiden dat de vele vacatures ingevuld geraken. Want zonder extra werkkrachten geen omzet en geen resultaat. En dan stagneert de economie.

Premier Charles Michel (MR) stelt een arbeidsdeal voor en rekent erop dat alle deelstaten de handen uit de mouwen steken. Hij heeft gelijk. Ondernemers stellen al jaren vast dat de verschillende regeringen allerlei inspanningen doen om werkzoekenden aan het werk te krijgen. Er is het doelgroepenbeleid, er zijn RSZ-kortingen, er is de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) en toch geraken de vacatures niet ingevuld.

De Vlaamse minister van Werk en Economie Philippe Muyters (N-VA) en zelfs de minister-president Geert Bourgeois (N-VA) waren aanvankelijk niet happig om zich positief op te stellen tegenover de arbeidsdeal. Ze kaatsten de bal terug naar het federale niveau, met als argument dat Vlaanderen al genoeg doet en veel betere resultaten boekt dan Wallonië en Brussel. In het Vlaams Parlement werden alle genomen maatregelen opgesomd.

Maar zelfgenoegzaamheid heeft de wereld nog nooit gered. Maatregelen opsommen is niet moeilijk, resultaatgericht werken wel. We moeten twee grote groepen koppelen: de werkgevers en de werkzoekenden. Toch lijkt het in sommige doelgroepen maar niet te lukken om beide te verbinden. De oudere werkzoekenden, bijvoorbeeld.

Bij ondernemers geldt maar één regel: het resultaat. En dat is: een gezond bedrijf nastreven en groei realiseren. Maar dan zijn mensen nodig die de 140.000 vacatures invullen. Onze premier heeft het goed begrepen: we doen niet genoeg. Onze economische groeimotor draaiende houden is een absolute prioriteit.

De oplossing lijkt dichterbij dan we denken. We hebben te hoge loonkosten. We hebben ouderen die we moeilijk weer op de arbeidsmarkt krijgen. We zitten met een gigantisch aantal vacatures. En we hebben een resem aan subsidies. Dat zijn vier puzzelstukken. Vier!

De huidige situatie is de volgende. Een werknemer met een brutomaandloon van 3.700 euro kost ongeveer 68.000 euro per jaar. Dat is een hele boterham.

Voor de aanwerving van werkzoekenden tussen 55 en 60 jaar krijgen werkgevers vandaag een doelgroepenkorting van 1.150 euro per kwartaal, of 4.600 euro per jaar. Dat is een korting van 6,7 procent. Dat zijn kleine druppels op een zeer hete plaat. Een ondernemer wiens orderboekje vol staat maar het werk niet gedaan krijgt, trek je zo niet over de streep om 55-plussers aan te werven.

Wat moeten we dan wel doen? We moeten onze oudere werkzoekenden naar waarde schatten. Ze hoeven na een ontslag niet plots weer aan een beginnersloon te starten nadat ze jarenlang een comfortabel loon hebben gekregen.

Maar we moeten ook de kmo's respecteren. Het is voor een kleine kmo niet evident om werknemers aan te nemen die boven het gemiddelde loon werken omdat ze nu eenmaal ouder zijn.

Laat ons even realistisch zijn: we krijgen oudere werkzoekenden en kmo's echt niet gekoppeld met 6,7 procent korting. Daarvoor is een substantiële loonkostenverlaging nodig. Die oplossing ligt ook in Vlaanderen voor het grijpen. Het is tijd voor een versterking van de doelgroepenkortingen met een budgettair evenwicht.

Dat budgettaire evenwicht halen we aan het andere spectrum van het departement economie. Daar wordt gul met subsidies gestrooid. De jongste tien jaar is 3,5 miljard euro aan subsidies uitgedeeld. Daarvan ging 1,7 miljard naar economische subsidies. Veel duidelijkheid over de effectiviteit is er niet altijd.

Vlaanderen doet al veel om de vele vacatures ingevuld te krijgen, maar het kan gerust nog een tandje bij steken. Door minder subsidies uit te delen en substantiële kortingen te geven op de loonkosten, bijvoorbeeld. Dáár ligt een opportuniteit om vacatures in te vullen en economische en sociale welvaart te creëren. Minister Muyters, waar wacht u op?

31/05 Verschenen in Trends: Een mislukking verdient geen applaus

ONDERNEMEN ZIT IN DE LIFT.

Meer en meer Vlamingen richten een zaak op. De wereld van het ondernemen is misschien het best te vergelijken met de jungle, het is een survival of the fittest. Er zijn verschillende talenten voor nodig, zoals creativiteit, flexibiliteit, en strategisch en commercieel inzicht. Zelfs enige sluwheid en oog voor administratie. Als er geen evenwicht zit in die talenten, of als zo’n talent ontbreekt, kan het fout gaan. Dan is een faillissement mogelijk.

Ik heb het meest geleerd van de huurbaas van mijn eerste magazijn. Aanvankelijk was hij in mijn ogen een groot ondernemer, maar naarmate ik hem beter leerde kennen, zag ik dat het water hem tot aan de lippen stond. Uiteindelijk is hij failliet gegaan. Ik leerde in die eerste jaren van die man hoe het niet moest. Ook dat is belangrijk. Ondernemers moeten niet alleen leren van succesvolle ondernemers, maar ook van ondernemers die het minder goed is vergaan. Door te zien hoe het niet moet, wist ik hoe het wel moet. Ik pleit er al lang voor: ondernemers, leer van elkaar, zowel over de successen als over de mislukkingen.

In vergelijking met het buitenland zijn Belgen niet zo ondernemend. In zijn boek Falen, een les op weg naar succes vermeldt Paul Becue een aantal hinderpalen om te ondernemen in België. Dit is de top drie, in volgorde van belangrijkheid: het risico failliet te gaan, de onzekerheid geen regelmatig inkomen te hebben en het risico eigendom te verliezen.

Belgen hebben faalangst. In de Verenigde Staten is die angst is totaal afwezig. Het is dan ook het ondernemersland bij uitstek. Falen is niet erg, het is tijdelijk, opgeven is permanent, heet het daar. In Silicon Valley, de hoofdstad van het ondernemen, wordt mislukken beschouwd als iets positiefs. Er is zelfs een congres, Failcon, waar mislukte ondernemers jaarlijks samenkomen. In ondernemerskringen lijkt het bijna stoer een paar keer op je bek te gaan.

Onze overheid wil die cultuur doen omslaan: minder faalangst, meer Amerikaanse ondernemerscultuur. Om die reden is in 2016 het project Failing Forward opgestart, ook wel ‘Met falen en opstaan’ genoemd. Dat initiatief kost maar liefst 2,5 miljoen euro, verspreid over vier jaar. Het brengt prominente Vlaamse ondernemers in beeld, die getuigen over de keren dat zij zijn mislukt.

Misschien is het een mooi initiatief, maar ik merk dat de slinger door begint te slaan. Het is belangrijk valkuilen en missers te delen met andere ondernemers. Maar het verheerlijken van een mislukking is voor mij een brug te ver. 2,5 miljoen euro om falen wat meer toe te laten, de perceptie te doen omslaan, is te veel. Het zijn de succesverhalen die applaus verdienen.

In plaats van mislukken op te hemelen pleit ik ervoor twee zaken te doen. Ten eerste moeten we de falende ondernemers, zoals Becue suggereert, indelen in categorieën: er zijn faillissementen die te wijten zijn aan onvoldoende kennis over het ondernemerschap, er zijn ondernemers die pech hadden en er zijn er die frauduleus failliet zijn gegaan.

Zij die pech hadden, moeten we aanmoedigen opnieuw te beginnen. Zij die onvoldoende kennis hadden, moeten we aansporen zich bij te scholen, en de fraudeurs mochten het één keer proberen, maar daarna stopt het. Want mislukken laat een spoor van schulden en ellende na – bij de ondernemer zelf en bij de werknemers, maar vaak ook bij leveranciers en bij familie.

Ten tweede is er niets mis met het streven naar een cultuur van excelleren. Probeer als ondernemer uit te munten. Ik wil de lat niet naar beneden, zoals het nu lijkt te gaan. Wie succesvol is, mag daar gerust voor worden beloond. Ook daar is er in België een perceptieprobleem.

Eén ding is zeker: we moeten onze ondernemers en startende ondernemers goed omkaderen en hen waarschuwen voor de valkuilen. Maar mislukken is geen voorwaarde om bij het clubje van de topondernemers te raken.

Verschenen in Trends op 31/05

24/05 Verschenen in Trends: ‘Subsidies zijn niet altijd de beste keuze’

Het jongste decennium gaf de Vlaamse regering 3,23 miljard uit aan bedrijfssubsidies. Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld) vraagt een doorlichting van dat beleid.


In 2017 gaf de Vlaamse regering 311 miljoen euro uit bedrijfssubsidies. Er zijn twee grote categorieën: economische subsidies (53%) en innovatiesteun (47%). De economische subsidies zijn voor Vlaanderen zowat het enige middel om voor bedrijven de hoge federale belastingdruk te compenseren. Ze kunnen bijvoorbeeld van pas komen als buitenlandse bedrijven zoals Nike of Volvo hun vestiging in Vlaanderen afwegen tegen alternatieven over de grens. De innovatiesubsidies moeten helpen om onze economie voor te bereiden op de toekomst. Terwijl de gewone economische bedrijfssteun jaar na jaar afneemt, zet de Vlaamse regering steeds meer in op de innovatiesubsidies.

Stoere taal

Ondernemers hebben geregeld kritiek op het subsidiebeleid. Vooral kmo’s klagen al decennia over de ontoegankelijke Vlaamse subsidies. Vlaams volksvertegenwoordigster Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld) heeft dat begrepen. Zij zit pas sinds januari 2017 in het parlement en wil de typische Vlaamse kmo een stem geven. Ze leidt ook Mastermail, een Leuvense onderneming met zeventien werknemers. Sinds ze haar plaats in het parlementaire pluche kreeg, bestookt Vanwesenbeeck Vlaams minister van Economie Philippe Muyters (N-VA) met vragen over het subsidiebeleid. “Tijdens mijn eerste week in het parlement heb ik eens gezegd: alle subsidies weg en de belastingen omlaag”, lacht ze. “Dat was een beetje stoere taal, maar die boodschap krijg ik in ondernemerskringen wel vaker te horen. Ik besef dat afschaffen niet in alle gevallen de beste keuze zou zijn, maar ik maak er wel mijn missie van het subsidiebeleid aan een kritische blik te onderwerpen. Dat er een en ander beter kan, staat wel vast.”

 “Vlaanderen heeft geen fiscale hefbomen in de vennootschapsbelasting”, repliceert minister Muyters. “We moeten het dus stellen met subsidies om onze bedrijven competitief te houden ten opzichte van het buitenland. Het liefst van al zou ik de vennootschapsbelasting zodanig verlagen dat we alle subsidies kunnen schrappen. Maar ik heb die bevoegdheid niet, en probeer via gerichte subsidies concrete impulsen aan de Vlaamse economie te geven. De afgelopen jaren heb ik het instrumentarium drastisch vereenvoudigd en zwaar ingezet op het overbodig maken van subsidiologen. Ook de werking van het Vlaamse Agentschap Innoveren en Ondernemen (Vlaio) en de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) heb ik gewijzigd, zodat het voor ondernemers veel gemakkelijker wordt om te krijgen wat ze zoeken. Maar dat werk zal nooit volledig klaar zijn. Ik blijf hameren op transparantie en klantgerichtheid.”

Ongelijk verdeeld

De Vlaamse regering gaf tussen 2007 en 2017 niet minder dan 1,7 miljard euro aan economische bedrijfssubsidies uit en 1,53 miljard euro aan innovatiesteun. Een selecte groep van 25 bedrijven ontving van dat bedrag liefst 582 miljoen euro. Het gaat om grote bedrijven. De regering heeft maatregelen genomen om de toegang voor kmo’s te verbeteren, maar volgens Vanwesenbeeck is er nog altijd geen gelijk speelveld. Het klassieke argument luidt: de procedures zijn te ingewikkeld voor een bedrijfsleider die geen tijd heeft om zich met ambtelijke details onledig te houden. 

Niet waar, vindt minister Muyters: “Met de kmo-portefeuille – steun voor opleidingen en adviezen – richten we ons tot de kmo’s. Met succes: in 2013 hadden we 74.138 projecten, in 2017 waren dat er 130.246. De vereenvoudiging van het systeem heeft duidelijk gewerkt. Ook in de innovatiesteun zien we een groeiend aandeel kmo’s: in 2012 was dat 38 procent, in 2017 steeg dat al tot 49 procent. We zijn op de goede weg.” 

Bij de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka bevestigt Vincent Thoen, senior adviseur economie en innovatie, de impact van de hervormingen die begin dit jaar zijn doorgevoerd. “De ambtelijke procedures en het vakjargon schrikten de kmo’s af”, zegt hij. “Nu is alles herleid tot één document van vier pagina’s dat enkel focust op de kerninformatie. Het is nog vroeg om de balans op te maken, maar ik begrijp uit de eerste analyses van Vlaio dat er een toestroom is van nieuwe klanten.” 

Toch ziet Vanwesenbeeck redenen om meer in te zetten op kmo’s. “Voor zowel de innovatiesteun als de economische steun is de verhouding tussen kmo’s en grote ondernemingen momenteel ongeveer 50/50. Maar omdat er meer kmo’s zijn, betekent dit dat zij relatief te weinig vertegenwoordigd zijn. Deze legislatuur is er al heel wat gebeurd om de steun toegankelijker en eenvoudiger te maken, maar we moeten er naar blijven streven om een groter aantal kmo’s te bereiken. Net voor kmo’s kan de overheidssteun het grootste verschil maken.”

Efficiëntie

Naast de kwestie of de subsidies bij de juiste bedrijven terechtkomen, vraagt Vanwesenbeeck zich ook af of de middelen wel efficiënt worden besteed. En daarvoor kijkt ze naar de werkgelegenheidscijfers van de 25 bedrijven die meer dan 35 procent van alle innovatiesteun tussen 2007 en 2017 opslokten. “Janssen Pharmaceutica heeft bijvoorbeeld in een decennium 95 miljoen euro steun gekregen”, zegt Vanwesenbeeck. “In diezelfde periode is de werkgelegenheid er met 130 mensen gestegen. 

Het is wat kort door de bocht om de innovatiesubsidies te koppelen aan werkgelegenheid, maar ik vind 130 extra banen voor 92 miljoen euro investeringen een mager resultaat. Het kan trouwens nog erger. Op de tweede plaats in die top 25 staat Nokia/Bell. Dat is goed voor 51 miljoen subsidies in tien jaar, terwijl de werkgelegenheid er in die periode achteruit ging met 546 voltijdsen. 

Waar hebben die subsidies dan voor gediend? Als het enige argument is dat zonder die steun de bedrijven en hun werkgelegenheid weg zouden trekken, dan kunnen we daar toch niet ondubbelzinnig positief over zijn?”  “Macro-economisch is er duidelijk bewijs dat innovatiesteun positieve effecten heeft op de werkgelegenheid en de groei bij bedrijven”, zegt Muyters. “Op individueel niveau is dat moeilijker aan te tonen, omdat er vaak veel tijd zit tussen de steun en de effecten, of omdat er externe factoren spelen. We evalueren continu onze instrumenten, maar werkgelegenheid is niet het enige zaligmakende effect. Het gaat ook om verankering, continuïteit en durf. De steun moet bedrijven helpen te durven investeren en risico te nemen.”

Neveneffecten

Met het oog op een aantal neveneffecten pleit Vanwesenbeeck voor meer evaluatie van de subsidiemechanismen. De politica wijst onder andere op het marktverstorende effect van subsidies in de markt van de bedrijfsopleidingen. De prijzen van die opleidingen zouden zijn gestegen. “Subsidies kunnen nut hebben, zeker voor innovatie”, zegt Vanwesenbeeck. “Al vraag ik me af of sommige grote bedrijven waar de meeste subsidies naartoe gaan, zonder die subsidies ook niet aan dat innovatietraject zouden beginnen. 

Het lijkt me cruciaal te weten of de subsidies zorgen voor investeringen die er anders niet zouden komen. Wat betreft de economische bedrijfssteun moeten we ons durven af te vragen of de steunmechanismen wel de beste manier zijn om bedrijven in hun competitiviteit te ondersteunen. De middelen die door zo’n evaluatie vrijkomen, kunnen gaan naar maatregelen in de fiscaliteit, arbeidsmarkt en mobiliteit die de concurrentiepositie misschien zelfs beter ondersteunen.”

26/04 Verschenen in Trends: Een klantvriendelijke overheid is flexibel

Elke woensdag rij ik van mijn bedrijf naar het parlement. Dan vindt de plenaire zitting plaats, waar de parlementsleden de regering het vuur aan de schenen leggen en debatteren. Ik draaide de hoek om en zag voor de deuren van het parlement de bekende rode en groene jasjes: een syndicale actie van de vakbonden.

De politieke media werden die dag beheerst door het feit dat een politieke kandidaat geen handjes wou schudden met vrouwen, uit religieuze overtuigingen. Ik kon me niet inbeelden dat de vakbond het daarover wou hebben met ons, het moest iets met werk te maken hebben.

Die dag in het parlement een decreet ter stemming voor om uitzendarbeid bij de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen mogelijk te maken. België en Griekenland zijn de enige twee landen in de Europese Unie waar uitzendwerk bij de overheid niet mogelijk is. En dat terwijl de private sector elke dag een beroep doet op meer dan 100.000 uitzendkrachten.

Sinds de zesde staatshervorming in 2014 kreeg Vlaanderen de bevoegdheid dat zelf te regelen. De regering en het parlement gingen aan de slag, maar onze vakbonden gingen niet akkoord, dus stonden ze op de stoep. Een actie tegen de uitzendarbeid bij de overheid.

Uiteraard verbaast zo’n actie mij. Ik doe als ondernemer een beroep op uitzendkrachten. De vrije markt is gebaseerd op een evenwicht tussen vraag en aanbod. Het binnenlopen van bestellingen is soms moeilijk te voorspellen. Als er grote opdrachten binnenrollen, is uitzendarbeid een godsgeschenk. Dan kunnen we op relatief korte termijn rekenen op extra arbeidskrachten. Niet alleen om het werk gedaan te krijgen, maar evengoed om het menselijk te houden voor onze eigen mensen. Zo hoeven onze vaste werknemers hun vakantie niet op te geven, of moeten ze minder overuren maken. Zonder uitzendarbeid hadden we heel wat opdrachten moeten weigeren. Dat zou ons best wat omzet hebben gekost.

En de overheid dan? Heeft die dan nooit fluctuaties in haar dienstverlening? Uiteraard wel. Als personeel bij de schoonmaakploeg van het gemeentelijke zwembad uitvalt, dan kan de hygiëne niet worden gegarandeerd en moet je op een zonnige, warme dag veel burgers teleurstellen. Ook tijdens vakantieperiodes zal het op een dienst burgerlijke stand wellicht drukker zijn vanwege een toenemende vraag naar reispassen, Kids-ID’s en andere internationale documenten.

We klagen soms over de bureaucratische en trage overheid, maar door uitzendkrachten toe te laten, kan de dienstverlening ook daar gevoelig verbeteren. Een ander voordeel is dat kansengroepen extra kansen krijgen. Hun profiel is soms nog niet sterk genoeg voor een voltijds contract, maar het geeft hun de mogelijkheid ervaring op te doen en dat biedt voordelen op de lange termijn. Door de drempels te verlagen help je pas echt de zwaksten op de arbeidsmarkt.

Door de veranderende arbeidsmarkt en economie is meer flexibiliteit vereist, ook bij de overheidsdiensten. De kritiek van de vakbonden dat dat voor meer onzekerheid zorgt bij werknemers lijkt me wat voorbarig. De Pano-reportage over de laakbare praktijken van grote bedrijven die hoofdzakelijk met uitzendkrachten willen werken, was een belangrijk signaal. De werknemers hopten van dagcontract naar dagcontract en wisten niet of ze de volgende week nog een baan zouden hebben. Dat kan niet. Iedereen verdient respect.

Dat soort toestanden zal bij de overheid niet gebeuren. De overheid zal samen met de uitzendsector en de respectievelijke

vakorganisaties duidelijke regels uitwerken om ervoor te zorgen dat er een balans wordt gevonden tussen de nodige sociale bescherming en de flexibiliteit.

Dus beste vakbonden, rol die vlaggen maar weer op. Laat die uitzendarbeid bij de overheid maar komen. De burger heeft recht op een performante en flexibele overheidswerking en zal beter bediend worden. Tenslotte betaalt hij ervoor.

Lees hier alle opinies en persteksten >>

Origineel verschenen in Trends.


25/04: Verschenen in De Tijd: "Tien firma's kregen kwart van Vlaamse innovatiesubsidies"

Grote bedrijven haalden de voorbije tien jaar een aanzienlijk deel van de Vlaamse innovatiesubsidies binnen.               

Tien grote bedrijven streken de voorbije tien jaar samen bijna 400 miljoen euro aan Vlaamse innovatiesubsidies op. Dat is een kwart van de 1,5 miljard euro steun die de Vlaamse overheid aan innovatieprojecten uitgaf, blijkt uit cijfers van Vlaams minister van Economie en Innovatie Philippe Muyters (N-VA).              

De grootste slokop is het farmabedrijf Janssen Pharmaceutica, dat 91 miljoen euro innovatiesubsidies kreeg. Janssens onderzoekstak naar besmettelijke ziekten kreeg nog eens 11 miljoen euro steun voor onderzoeksprojecten. Ook het Antwerpse ICT-lab Nokia Bell, het West-Vlaamse technologiebedrijf Barco en de Oudenaardse vestiging van het Amerikaanse elektronicabedrijf ON Semiconductor ontvingen elk tientallen miljoen euro’s steun. Meerdere biotechbedrijven, zoals Galapagos, Ablynx, Biocartis en Argenx, figureren eveneens in de top 25. Ze rekenen op overheidssteun om hun dure en risicovolle onderzoeken mogelijk te maken.

Dat de Vlaamse innovatiesteun bij een beperkt aantal bedrijven geconcentreerd zit, is niet onlogisch. In 2015 waren 50 bedrijven goed voor meer dan de helft van alle bedrijfsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in Vlaanderen. Grote bedrijven steken meer geld in onderzoek en dienen grotere projecten in.

Toch pleit Vlaams Parlementslid Daniëlle Vanwesenbeeck (Open VLD), die de cijfers bij Muyters opvroeg, voor een beter evenwicht tussen kleine en grote bedrijven. ‘Veel kmo’s beginnen niet aan de zoektocht naar subsidies omdat die zo complex is. We moeten meer subsidies bij kleinere bedrijven krijgen. Net voor hen kan de steun het grootste verschil maken.’

Muyters onderstreept dat het aandeel van de kmo’s in de subsidieverdeling de voorbije tien jaar sterk is gestegen. Terwijl grote bedrijven in 2007 nog twee derde van alle innovatiesteun kregen, waren kleine en grote bedrijven vorig jaar elk goed voor de helft van de steun. Vorig jaar kende het Agentschap Innoveren en Ondernemen innovatiesteun toen aan 360 kleine en 180 grote bedrijven. ‘Het klopt niet dat wij kmo’s benadelen’, besluit de woordvoerder van Muyters.

Lees meer >>

22/03: Verschenen in Trends: "Ik hoef geen fundamentalisten die me komen dicteren dat ik vrouwenquota hoog in het vaandel moet dragen"

Afgelopen week heb ik me even op de barricaden gezet. Niet als een Dolle Mina, wel als een vrouwelijk ondernemer. Ik las met interesse de open brief van Ann Callewaerts van Telenet die opriep om te streven naar een iets vrouwelijker bedrijfsleven.

De cijfers zijn inderdaad bedroevend. In  de gendergelijkheids index van het Wereld Economisch Forum zijn we afgegleden tot de 31e plaats, waar we ooit comfortabel in de top 10 stonden. Niet zozeer omdat België is stilgevallen. Wel omdat andere landen sneller vooruit gaan.

In België wordt slechts 1 op 4 topfuncties ingevuld door een vrouw.

in de directiecomités van de 50 grootste Belgische bedrijven  zetelen slechts 13,4% vrouwen. In de raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven klokken we al af op 28,5% terwijl het wettelijk voorgeschreven minimum 33% is.

Dat is effectief te weinig. Heel wat studies toonden reeds aan dat bedrijven waarin meer vrouwen in topfuncties zitten ook effectief betere resultaten kunnen voorleggen.

Het is een verhaal van diversiteit : hoe diverser een directie, hoe beter het resultaat.

Er is al veel water naar de zee gestroomd over deze materie en het laatste woord is daar nog niet over gezegd. Ikzelf let binnen mijn bedrijf toch wel op gender evenwicht. Op een gezonde manier. Ik neem geen vrouwen aan omdat ze vrouwen zijn. Ik werf talenten aan, geen genders. Maar ik kijk wel of de verdeling niet te veel naar de ene of naar de andere kant overhelt. Dat lukt aardig. Ik heb daar geen gesofisticeerde software voor nodig. Veel van mijn beslissingen gebeuren toch nog steeds met het buikgevoel en eerlijk : het resultaat is een team dat ik door en door vertrouw.

 In het parlement stelde ik de vraag aan minister Homans over hoe ze toch ook meer de focus zou kunnen leggen binnen de overheid op die gendergelijkheid. We zaten eigenlijk wel op dezelfde golflengte.

Plots viel uit de oppositie het grote woord waar de bedrijfswereld niet op zit te wachten : de quota. Neen, ik wil geen quota, neen ik wil niet dat de overheid in onze bedrijven komt vertellen hoeveel vrouwen er moeten zitten op dit of op gene zitje. Ik wil wel een beleid van sensibilisering. Van bewustwording.

Daar zijn verschillende verklaringen voor : eerst en vooral is er nog steeds een gebrek aan sensibilisering, en ontbreken er rolmodellen : bedrijven die aan tonen hoe zij het doen.

Ten tweede : het opstellen van vacatures en een bepaald woordgebruik kan er toe leiden dat bv meer mannen zich kandidaat stellen. Er bestaat effectief zoiets als genderneutrale vacatures, maar weinig bedrijven weten er van.

Ten slotte is er nog steeds de ‘unconscious bias’ : onze onbewuste vooroordelen. We hebben ze allemaal : een vrouw met ambitie, een vrouw die zich goed kan verdedigen in een debat : dat zal wel een harde tante zijn. Geloof me : in deze ben ik ervarings deskundige.

Maar terug naar het parlement : ik deelde het filmpje van het debat op sociale media. Tot mijn grote verbazing kreeg ik een hevige reactie uit onverwachte hoek : de vrouwen zelf. Ze verweten me dat ik niet achter quota stond. Dat quota enkel en alleen de oplossing zijn om tot een gendergelijkheid te komen.

Ik zal het even scherp stellen : er bestaat ook nog de vrijheid van het ondernemen. Dat is een eerste voorwaarde om ondernemers, mannen en vrouwen , hun plannen te laten realiseren. Daarna kan de overheid handvaten aanreiken en suggereren wat de voorwaarden zijn om tot een goed ondernemerschap te bekomen. Streven naar gendergelijkheid is er daar zeker 1 van.

De commentaren die ik deze week las waren toch wel wat beangstigend. Ik hoef geen fundamentalisten die me komen dicteren hoe ik mijn bedrijf moet organiseren. Die me vertellen dat ik de vrouwenquota hoog in de vaandel moet dragen.

Ik blijf hevige voorstander van gendergelijkheid : dit thema moet hoog op de agenda blijven staan. Het debat gaat er over hoe we dat gaan bereiken. Mijn inziens hoeft dat niet door quota in te voeren.

Ik moet vrij kunnen ondernemen.

Toch ben ik er in geslaagd die gendergelijkheid in mijn bedrijf te realiseren. Zonder quota. In een overwegend mannelijke sector.

Ik toon hiermee zelf aan dat streven naar gendergelijkheid ook op een andere manier kan, door er aandacht voor te hebben. Het kan dus wel degelijk anders. Bij deze roep ik u dan ook op om hetzelfde te doen.

Lees meer >>

22/03 Verschenen in De Tijd: Nog geen euro van fraude met subsidies terugbetaald

De Vlaamse overheid probeert 15 miljoen euro aan  bedrijfs-subsidies terug te krijgen. Sinds 2010 is er nog geen enkele  euro terugbetaald.                      

Tegen liefst 55 ondernemingen loopt sinds 2010 een klacht of een  strafonderzoek wegens een vermoeden van subsidiefraude. 

Dat blijkt uit  cijfers die Vlaams Parlementslid Daniëlle Vanwesenbeeck (Open VLD)  opvroeg bij Vlaams minister van Economie Philippe Muyters (N-VA). Het  gaat om het bewust verstrekken van foute informatie bij de aanvraag van  bedrijfssubsidies van de Vlaamse overheid.

Lees Meer >>>

22/03 Verschenen in HBVL: Overheid probeert 15 miljoen euro aan frauduleuze subsidies terug te vorderen, maar haalde 0 euro binnen

De Vlaamse overheid probeert 15 miljoen euro aan bedrijfssubsidies terug te krijgen. Sinds 2010 is er nog geen enkele euro terugbetaald. Dat meldt De Tijd donderdag.

Tegen liefst 55 ondernemingen loopt sinds 2010 een klacht of een strafonderzoek wegens een vermoeden van subsidiefraude. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Daniëlle Vanwesenbeeck (Open VLD) opvroeg bij Vlaams minister van Economie Philippe Muyters (N-VA). Het gaat om het bewust verstrekken van foute informatie bij de aanvraag van bedrijfssubsidies van de Vlaamse overheid.

Lees Meer >>>

22/03 Verschenen in Het Nieuwsblad: Overheid probeert 15 miljoen euro aan frauduleuze subsidies terug te vorderen, maar haalde 0 euro binnen

De Vlaamse overheid probeert 15 miljoen euro aan bedrijfssubsidies terug te krijgen. Sinds 2010 is er nog geen enkele euro terugbetaald. Dat meldt De Tijd donderdag.

Tegen liefst 55 ondernemingen loopt sinds 2010 een klacht of een strafonderzoek wegens een vermoeden van subsidiefraude. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Daniëlle Vanwesenbeeck (Open VLD) opvroeg bij Vlaams minister van Economie Philippe Muyters (N-VA). Het gaat om het bewust verstrekken van foute informatie bij de aanvraag van bedrijfssubsidies van de Vlaamse overheid.


Lees Meer >>>

22/02 verschenen in Trends: Ondernemersparticipatie is burgerparticipatie

Misschien moet domicilie niet het enige bepalende criterium zijn om te bepalen waar je stemt. Voor ondernemers en handelaars zou dit een groot verschil kunnen uitmaken. 

Lees meer >>


 

19/01 Verschenen in Knack :'Als je in de politiek zit, zie je pas hoe complex onze samenleving is.'

In een parlement worden zeer technische zaken besproken die van groot belang zijn voor bepaalde groepen van de samenleving. Het regelen van die samenleving maakt dat ze soms ook compex in elkaar zit. 

Lees meer >>


2017

14/12 verschenen in De Tijd : Bijna helft onrechtmatige subsidies niet teruggevorderd

Bij bedrijven die niet voldoen aan de voorwaarden om subsidies te ontvangen, worden subsidies teruggevorderd. Daniëlle Vanwesenbeeck zocht uit dat bijna de helft van de onrechtmatige subsidies niet werd terug gevorderd.

Lees meer >>


29/11 verschenen in Trends: De subsidiologie is een booming business

Het leeuwendeel van de subsidies gaat naar grote bedrijven die subsidiologen kunnen betalen. Dat zegt Daniëlle Vanwesenbeeck, general manager van MASTERmail en Vlaams Parlementslid voor Open Vld.

Lees meer >>

15/11 verschenen in De Tijd : Laat overheid participeren in multinationals die ze subsidieert

Daniëlle Vanwesenbeeck: "Laat overheid participeren in multinationals die ze subsidieert"

Lees meer >>

15/11 verschenen op HLN: Daniëlle ondervraagt Bourgeois over Paradise Papers

Bourgeois deelt publieke verontwaardiging Paradise Papers: hard aanpakken en achterpoortjes sluiten.

Lees meer >>

25/10 verschenen in Trends: Iedereen moet winnen met educatief verlof

Opleidingen tijdens de werktijd moeten relevant zijn voor de actuele job. Dat zegt Vlaams Parlementslid voor Open Vld Daniëlle Vanwesenbeeck.

Lees meer >>

20/09 verschenen in Trends: De nieuwe Europese privacywetgeving

'De General Data Protection Regulation (GDPR) heeft verstrekkende gevolgen en is niet vrijblijvend. Toch merk ik dat veel collega-ondernemers zich nog niet aangesproken voelen.' Daniëlle Vanwesenbeeck, Vlaams Parlementslid voor de Open Vld en CEO van Mastermail, waarschuwt voor de nieuwe Europese richtlijn rond privacy.

Lees meer >>

17/08 Verschenen in De Tijd: Met het juiste dieet wordt de overheid slanker en efficiënter

Vindt u ook dat een en ander dringend op de schop moet? Dan zit u op dezelfde golflengte als onze opiniemakers. Wat keilen jullie met plezier de prullenmand in, vroegen we hen.

Lees meer >>

16/08 verschenen in Trends: Het Federaal Voedselagentschap is weinig transparant

Het Federaal Voedselagentschap (FAVV) lijdt aan regelitis. Het is een ziekte die ik bij steeds meer overheidsorganisaties zie. Dat zegt ondernemer en Vlaams Parlementslid Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld).

Lees meer >>

17/07 verschenen in Trends: Ik schaam mij. Ik wil niet worden geassocieerd met een beroep van zakkenvullers.

Ik schaam mij. Ik wil niet worden geassocieerd met een beroep van zakkenvullers. Wie oneigenlijk overheidsgeld heeft gebruikt, betaalt dat terug. Punt. Ze hoeven ook niet meer terug te komen in de politiek. Dat zegt Daniëlle Vanwesenbeeck, Vlaams Parlementslid Open Vld en CEO van MASTERmail.

Lees meer >>

29/06 verschenen in Trends: Zo wint een kmo de oorlog om talent

Een uur meer qualitytime. Daar kan tegenwoordig voor een jong gezin geen extralegaal voordeel meer tegenop. Dat zegt Daniëlle Vanwesenbeeck, eigenaar van MASTERmail en lid van het Vlaams Parlement voor Open Vld.

Lees meer >>

23/06 Verschenen in De Tijd: Naar Rock Werchter met of zonder ziektebriefje?

Het ballonnetje om de ziektebriefjes af te schaffen is zeker niet onzinnig, mocht iedere werknemer daar op een volwassen, verantwoordelijke manier mee omgaan. Dat is jammer genoeg niet het geval en dus neemt de kans op meer misbruik alleen maar toe. En is de werkgever de pineut.

Lees meer >>

15/05 verschenen in De Tijd: 'Het is gemakkelijk om te zeggen: betaal niet'

Het bedrijf DirectMail van Daniëlle Vanwesenbeeck werd twee maanden geleden getroffen door een virus als WannaCry. ‘Ook wie erg goed beveiligd is, loopt een risico’, zegt ze. Aan de vooravond van de krokusvakantie gingen de computers bij MasterMail, dat digitale mailcampagnes organiseert, plat. De IT’ers van het bedrijf ...

Lees meer >>

20/04 verschenen in De Morgen: Daniëlle Vanwesenbeeck zegt "Nee, Nee en nog eens Nee tegen nieuwe meerwaardebelasting

De detente tussen CD&V en N-VA opent nieuwe perspectieven voor de meerwaardebelasting. N-VA-voorzitter Bart De Wever is nu toch bereid om daarover te onderhandelen. Maar Open Vld stelt haar veto. "Dit is de onwaarschijnlijke pasmunt voor de crise van Zuhal."

Lees meer >>

15/02 verschenen in De Tijd: Politiek bestel moet weer op zoek naar fatsoen

Politici moeten zich niet bezighouden met elektriciteitsnetwerken, afvalverwerking of het verdelen van kraantjeswater. Het is tijd voor een nieuwe politieke cultuur.

Lees meer >>

26/01 verschenen in Trends: Ik heb enorm veel verhalen van miserie gehoord

Daniëlle Vanwesenbeeck werd vijf jaar geleden bekroond tot Vlaamse vrouwelijke ondernemer van het jaar. Als parlementslid wil ze nu haar collega-politici de harde realiteit van het ondernemen inpeperen. "Al die ondernemers die al zo lang knokken, verdienen meer respect."

Lees meer >>

2016

16/06 verschenen op Deredactie.be Fernand Huts, ontwaak uit de jaren 60!

Daniëlle Vanwesenbeeck was ondernemer van het jaar. De uitspraak over de "moderne vrouw" van Fernand Huts is bij haar in het verkeerde keelgat geschoten: "Het is misschien tijd om eens te ontwaken uit uw jaren-60-beeld."

Lees meer >>

2014

27/02 verschenen in Trends: Er zijn te weinig ondernemers in de politiek

"Er zijn te weinig ondernemers in de politiek", vindt Vanwesenbeeck, die in 2012 werd verkozen tot vrouwelijke ondernemer van het jaar en uitgroeide tot een voorvechtster van de Vlaamse kmo's. 

Lees meer >>

2019

9/01 verschenen op HLN: zoveel kost het je baas als jij 100 euro opslag krijgt

De tax shift heeft de lasten voor de werkgever laten dalen. Toch is er van een grote verschuiving voorlopig geen sprake. En dus blijft België een van de duurste landen voor werkgevers. Dat blijkt wanneer je het verschil berekent tussen wat een werknemer netto ontvangt en wat een werkgever daarvoor neertelt.   
   

Op 1 januari trad de derde fase van de tax shift in werking. Dankzij die maatregel ontvangen alle werknemers maandelijks minstens 36 euro netto extra (bij een ongewijzigd brutoloon), en dat zonder dat het de werkgevers één cent meer kost. Voor Danielle Vanwesenbeeck, Vlaams parlementslid voor Open VLD en CEO van direct marketingbureau MASTERmail klinkt dat als muziek in de oren: “Sinds jaar en dag al vragen werkgevers om de loonkosten naar beneden te halen. Onder de regering Michel is daar gehoor aan gegeven. Op het loon van werknemers betalen we nu bijvoorbeeld 25 in plaats van 33 procent socialezekerheidsbijdragen. Maar dat het werk niet af is, is duidelijk. In vergelijking met andere West-Europese landen blijft arbeid hier een dure aangelegenheid.”             

Werkgever betaalt meer dan het dubbele

    

Hoe duur, blijkt uit onderstaande simulatie van hr-dienstverlener SD Worx. Die laat het verschil zien tussen het loon dat een werknemer maandelijks op zijn rekening ontvangt (= het nettoloon) en het bedrag dat een werkgever daarvoor maandelijks betaalt. “Als een werknemer 2.056 euro netto op zijn bankrekening vindt, dan heeft de werkgever daar zelf ruim 4.100 euro voor neergelegd. Quasi het dubbele dus”, analyseert Geert Vermeir, manager bij het juridisch kenniscentrum van SD Worx. “Dat verschil neemt toe naarmate een werknemer meer verdient. Op een bepaald moment evolueert het zelfs naar het driedubbele.”

    

De oefening maakt ook duidelijk wat het voor een werkgever betekent om zijn werknemer 100 euro netto meer te laten verdienen. Geert Vermeir is bij de berekening vertrokken van een werknemer (getrouwd, geen kinderen ten laste) die 3.000 euro bruto verdient, iets minder dan het mediaanloon in België. “Om die werknemer een netto loonsverhoging van 100 euro te geven, moet de werkgever het brutoloon met 230 euro laten stijgen. Daarnaast moet hij rekening houden met verhoogde patronale bijdragen: in plaats van 800 euro zal hij daarvoor 880 euro opzij moeten zetten. Om 100 euro opslag te geven, moet de werkgever dus zelf ruim 300 euro ‘investeren’.”

Voor Danielle Vanwesenbeeck toont het voorbeeld aan dat opslag geven voor werkgevers minder vanzelfsprekend is als sommigen wel denken. “Die hoge loonkosten zijn geen fabeltje. Honderd euro extra lijkt niet zoveel, maar voor een werkgever lopen de kosten snel op. Als ik met mijn werknemers loongesprekken voer, zal ik hen dat ook altijd zo vertellen. Niet als verwijt natuurlijk. Zij kunnen er niets aan doen dat arbeid zo duur is, maar ik vind wel dat ze zich ervan bewust moeten zijn. Mij lijkt het zelfs een goed idee om de loonkosten op de loonbrief te vermelden.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x