De Tijd: Met het juiste dieet wordt de overheid slanker en efficiënter

De Belgische ambtenaren zijn bij de duurste ter wereld, leert een recent OESO-rapport. Ik heb meer problemen met de gebrekkige efficiëntie dan met dat prijskaartje. Want laten we wel wezen: ons legertje ambtenaren kan wellicht hetzelfde beter doen met een pak minder mensen.

17 augustus 2017

De Belgische ambtenaren zijn bij de duurste ter wereld, leert een recent OESO-rapport. Ik heb meer problemen met de gebrekkige efficiëntie dan met dat prijskaartje. Want laten we wel wezen: ons legertje ambtenaren kan wellicht hetzelfde beter doen met een pak minder mensen. Maar om die oefening grondig te doen, moeten we eerst weten welke taken we aan de overheid en onze ambtenaren willen toevertrouwen. En dat debat voeren, vergt lef.

                       

De OESO-studie is duidelijk: ruim 750.000 mensen in ons land werken voor de overheid. Dat is bijna een op zes van de actieve beroepsbevolking. Daar rekenen we nog niet eens de mensen bij die in het onderwijs staan, of het verplegend personeel. Het gaat me om de ‘echte’ ambtenaren. Daarvan hebben we er - zelfs na de afslank-operaties van de voorbije jaren - nog steeds te veel.

                       

We hebben niet alleen het meeste ambtenaren, ons ambtenarenapparaat is in vergelijking met onze buurlanden ook een flink stuk duurder. Een middenkader kost bruto alleen in Frankrijk 3 procent meer dan in ons land. In Duitsland (- 5%), het Verenigd Koninkrijk (- 21%) en Nederland (- 23%) kosten ze veel minder. 

                       

Natuurlijk mogen we niet veralgemenen: heel veel ambtenaren leveren vast en zeker prima werk, zijn efficiënt en roeien met de riemen die ze hebben. Ik pleit voor een andere, efficiëntere manier van werken. Ik zit nu een halfjaar in de politiek en moet helaas vaststellen dat de werking van ons ambtenarenapparaat in de privésector onmogelijk zou zijn. Want bedrijven die zo gerund worden, zijn geen lang leven beschoren. Maar blijkbaar kunnen we ons met overheidsgeld, geld van u en mij, toch iets anders permitteren. Dat is onverantwoord. 

                       

Te veel overheidsdiensten en -organisaties zijn zodanig scheefgegroeid dat ze vaak te veel mensen voor dezelfde job hebben. Een voorbeeld: door onze staatsstructuur moest er bij overheidsbedrijven als de NMBS voor iedere Nederlandstalige bediende vaak een Franstalige tegenhanger aangeworven worden. 

                       

Alles samen creëert dat een log waterhoofd. Een overheid die veel geld kost: dat mag. Op voorwaarde dat de burgers er iets voor in de plaats krijgen, dus dat het geld goed wordt besteed. En dat is jammer genoeg niet altijd en overal het geval. Door doelgerichter te werken en door een efficiëntere organisatie kunnen we daar een enorme winst boeken. 

                       

Dat het ook anders kan, illustreerde Bpost. Een vastgeroest overheidsbedrijf werd hervormd tot een dynamische en moderne onderneming. Achter dat veranderingsproces stak een duidelijke visie. De efficiëntieslag vertaalde zich ook in het personeelsbestand. In 10 jaar tijd (2005-2015) doet het bedrijf het met 10.000 werknemers minder. Zonder dat het minder goed ging functioneren, integendeel.

    

Zo’n oefening zou eigenlijk voor de hele overheid moeten gebeuren. Bij iedere nieuwe regeringsvorming worden opnieuw plannen gemaakt om te besparen op het overheidsapparaat. Lineair besparen, zonder achterliggende visie. Daarom: eerst nadenken over welke taken voor de overheid zijn en welke niet. Bijvoorbeeld welke taken een openbare omroep heeft, welke lijnen bij het spoor of bij De Lijn openbare dienstverlening moeten zijn en welke niet. Dat zal geen makkelijk debat zijn. Maar toch is het nodig als je de overheid efficiënter wil laten werken. 

               

We betalen per slot van rekening met z’n allen voor een goed werkend overheidsapparaat. Als we in de bedrijfswereld met vergelijkbare ‘symptomen’ af te rekenen krijgen, wordt meteen de alarmbel geluid. Bij de overheid klimmen de vakbonden - misschien zelfs nog meer dan in de privésector - bij iedere verandering meteen op de barricades. Ze maken die verandering van meet af aan onmogelijk. Verandering roept nu eenmaal weerstand op. Zo’n houding brengt ons niets verder. Hopelijk beseffen de vakbonden dat op een dag zelf ook. 

               

Maar laten we als politici misschien eerst voor eigen deur vegen. In het Vlaams Parlement moeten we ons durven af te vragen of zeshonderd medewerkers wel echt nodig zijn. We leven in 2017 met overal rondom ons selfservice, omdat bedrijven zo kosten willen besparen. Denk maar aan betalingsapps van banken, ticketautomaten van het openbaar vervoer, zelfscankassa’s in de supermarkt. Maar in het parlement zijn we zover nog niet. Dat begint al met kleine zaken, zoals de koffie, die er nog steeds geserveerd wordt. Geserveerde koffie is dure koffie.

               

De overheid moet ontvetten, zoveel is duidelijk. De ambtenaar op overschot moet uiteraard niet in de prullenmand, maar kan terecht in de privésector. Zeker met zulke tekorten op de arbeidsmarkt zijn extra werkkrachten meer dan welkom in onze kmo’s. Zo wint iedereen. In de eerste plaats de efficiëntere overheid, mee met haar tijd en tegen een lagere kost.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x