De Tijd: Politiek bestel moet weer op zoek naar fatsoen

De Tijd: Politiek bestel moet weer op zoek naar fatsoen

Politici moeten zich niet bezighouden met elektriciteitsnetwerken, afvalverwerking of het verdelen van kraantjeswater. Het is tijd voor een nieuwe politieke cultuur.

15 februari 2017

Het is 2014. Ik smijt me in de politiek, engageer me. Aan de kant staan is gemakkelijk. Opinies schrijven, bekritiseren en er zelf niets aan doen: not my cup of tea. Dus ga ik in de politiek en bezoek ik markten, om te praten met de mensen en te luisteren. Ik doe het graag. Jong, oud, arm en rijk, iedereen heeft zorgen: hun pensioen, een job vinden... Het is leerrijk, maar af en toe ook confronterend. ‘Zakkenvullers’, hoor ik geregeld. Dat is gemakkelijk te counteren als je voor het eerst opkomt.                        


We zijn een paar jaar verder. Ik zetel nu drie weken als Vlaams Parlementslid en de kloof tussen de politici en de bevolking lijkt er alleen maar groter op geworden. Met de ophef rond de intercommunales barst een fundamenteel debat los over hoeveel politici mogen verdienen, waar ze al dan niet mogen zetelen en tot waar het fatsoen van het politieke bestel reikt. Terecht.

Ik volg het debat als ondernemer, maar ook als politica en frons geregeld mijn wenkbrauwen. Niet alleen over de bedragen die de ronde doen, maar ook over de complete inefficiëntie. Als bedrijfsleidster van een kmo is het moeilijk te bevatten dat er intercommunales zijn met een adviescomité van 140 leden, zoals De Tijd berichtte over Cipal. Dat is toch niet efficiënt? Hoe verloopt zo’n vergadering?

                       

In de meeste kmo’s wordt kritisch naar die vergadercultuur en het aantal deelnemers gekeken. Het is zo jaren 80 en erg tijdrovend. In sommige intercommunales heerst een andere overlegcultuur: hoe meer, hoe liever.

                       

In elk bedrijf zijn de personeelskosten van cruciaal belang. Ook daar heersen in sommige intercommunales andere wetten: de bestuurders van Publilec zouden niet exact geweten hebben wat de opdracht was van de vier werknemers die een bedrag van 1,7 miljoen euro kregen uitgekeerd. Dat is onbegrijpelijk voor een ondernemer. Dat is wanbeleid van het hoogste niveau.

Als ondernemer heb ik al doende geleerd welke taken tot mijn kernactiviteiten behoren en welke niet. Ik heb met vallen en opstaan geleerd wanneer zaken het best worden uitbesteed en wanneer we zelf produceren. Het was veelal de druk van de markt of de concurrentie die deed beslissen om een activiteit te outsourcen.

                       

Weg ermee, met die wirwar aan intercommunales. Ze kosten handenvol geld, ze zijn niet altijd even efficiënt en hun raden van bestuur dienen veelal om politici die er niet in geslaagd zijn een mandaat te krijgen toch aan boord te houden. Ze leiden hier en daar tot vergoedingen die niet meer te verantwoorden zijn tegenover een bevolking die wordt aangezet te besparen om een begroting in evenwicht te krijgen. Ik volg de piste van de privatisering: de kwestie van kostenbesparing en gebrek aan efficiëntie zal snel opgelost zijn.

Ook politici moeten beseffen waarom ze gekozen zijn. Ze vertegenwoordigen het volk en dienen het algemeen belang. Ze moeten een visie uitwerken, een sturend beleid uitstippelen en dingen mogelijk maken door drempelverlagend te werken. Ik denk niet dat ze zich moeten bezighouden met elektriciteitsnetwerken, afvalverwerking of het verdelen van kraantjeswater. 

                       

Nog minder moeten ze zichzelf vergoedingen uitkeren die elke zin voor realiteit missen. Ik was beschaamd te lezen welke bedragen de ronde doen. Het is tijd voor een nieuwe politieke cultuur. Ik wil weer de markten op en luisteren naar de burger, in een sfeer van wederzijds respect. Politici moeten die sfeer zelf herstellen.


Verschenen in De Tijd

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x