Trends: Een mislukking verdient geen applaus

31 mei 2018

ONDERNEMEN ZIT IN DE LIFT.

Meer en meer Vlamingen richten een zaak op. De wereld van het ondernemen is misschien het best te vergelijken met de jungle, het is een survival of the fittest. Er zijn verschillende talenten voor nodig, zoals creativiteit, flexibiliteit, en strategisch en commercieel inzicht. Zelfs enige sluwheid en oog voor administratie. Als er geen evenwicht zit in die talenten, of als zo’n talent ontbreekt, kan het fout gaan. Dan is een faillissement mogelijk.

Ik heb het meest geleerd van de huurbaas van mijn eerste magazijn. Aanvankelijk was hij in mijn ogen een groot ondernemer, maar naarmate ik hem beter leerde kennen, zag ik dat het water hem tot aan de lippen stond. Uiteindelijk is hij failliet gegaan. Ik leerde in die eerste jaren van die man hoe het niet moest. Ook dat is belangrijk. Ondernemers moeten niet alleen leren van succesvolle ondernemers, maar ook van ondernemers die het minder goed is vergaan. Door te zien hoe het niet moet, wist ik hoe het wel moet. Ik pleit er al lang voor: ondernemers, leer van elkaar, zowel over de successen als over de mislukkingen.

In vergelijking met het buitenland zijn Belgen niet zo ondernemend. In zijn boek Falen, een les op weg naar succes vermeldt Paul Becue een aantal hinderpalen om te ondernemen in België. Dit is de top drie, in volgorde van belangrijkheid: het risico failliet te gaan, de onzekerheid geen regelmatig inkomen te hebben en het risico eigendom te verliezen.

Belgen hebben faalangst. In de Verenigde Staten is die angst is totaal afwezig. Het is dan ook het ondernemersland bij uitstek. Falen is niet erg, het is tijdelijk, opgeven is permanent, heet het daar. In Silicon Valley, de hoofdstad van het ondernemen, wordt mislukken beschouwd als iets positiefs. Er is zelfs een congres, Failcon, waar mislukte ondernemers jaarlijks samenkomen. In ondernemerskringen lijkt het bijna stoer een paar keer op je bek te gaan.

Onze overheid wil die cultuur doen omslaan: minder faalangst, meer Amerikaanse ondernemerscultuur. Om die reden is in 2016 het project Failing Forward opgestart, ook wel ‘Met falen en opstaan’ genoemd. Dat initiatief kost maar liefst 2,5 miljoen euro, verspreid over vier jaar. Het brengt prominente Vlaamse ondernemers in beeld, die getuigen over de keren dat zij zijn mislukt.

Misschien is het een mooi initiatief, maar ik merk dat de slinger door begint te slaan. Het is belangrijk valkuilen en missers te delen met andere ondernemers. Maar het verheerlijken van een mislukking is voor mij een brug te ver. 2,5 miljoen euro om falen wat meer toe te laten, de perceptie te doen omslaan, is te veel. Het zijn de succesverhalen die applaus verdienen.

In plaats van mislukken op te hemelen pleit ik ervoor twee zaken te doen. Ten eerste moeten we de falende ondernemers, zoals Becue suggereert, indelen in categorieën: er zijn faillissementen die te wijten zijn aan onvoldoende kennis over het ondernemerschap, er zijn ondernemers die pech hadden en er zijn er die frauduleus failliet zijn gegaan.

Zij die pech hadden, moeten we aanmoedigen opnieuw te beginnen. Zij die onvoldoende kennis hadden, moeten we aansporen zich bij te scholen, en de fraudeurs mochten het één keer proberen, maar daarna stopt het. Want mislukken laat een spoor van schulden en ellende na – bij de ondernemer zelf en bij de werknemers, maar vaak ook bij leveranciers en bij familie.

Ten tweede is er niets mis met het streven naar een cultuur van excelleren. Probeer als ondernemer uit te munten. Ik wil de lat niet naar beneden, zoals het nu lijkt te gaan. Wie succesvol is, mag daar gerust voor worden beloond. Ook daar is er in België een perceptieprobleem.

Eén ding is zeker: we moeten onze ondernemers en startende ondernemers goed omkaderen en hen waarschuwen voor de valkuilen. Maar mislukken is geen voorwaarde om bij het clubje van de topondernemers te raken.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x