Trends: Subsidies zijn niet altijd de beste keuze

24 mei 2018

Het jongste decennium gaf de Vlaamse regering 3,23 miljard uit aan bedrijfssubsidies. Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld) vraagt een doorlichting van dat beleid.

In 2017 gaf de Vlaamse regering 311 miljoen euro uit bedrijfssubsidies. Er zijn twee grote categorieën: economische subsidies (53%) en innovatiesteun (47%). De economische subsidies zijn voor Vlaanderen zowat het enige middel om voor bedrijven de hoge federale belastingdruk te compenseren. Ze kunnen bijvoorbeeld van pas komen als buitenlandse bedrijven zoals Nike of Volvo hun vestiging in Vlaanderen afwegen tegen alternatieven over de grens. De innovatiesubsidies moeten helpen om onze economie voor te bereiden op de toekomst. Terwijl de gewone economische bedrijfssteun jaar na jaar afneemt, zet de Vlaamse regering steeds meer in op de innovatiesubsidies.

Stoere taal

Ondernemers hebben geregeld kritiek op het subsidiebeleid. Vooral kmo’s klagen al decennia over de ontoegankelijke Vlaamse subsidies. Vlaams volksvertegenwoordigster Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld) heeft dat begrepen. Zij zit pas sinds januari 2017 in het parlement en wil de typische Vlaamse kmo een stem geven. Ze leidt ook Mastermail, een Leuvense onderneming met zeventien werknemers. Sinds ze haar plaats in het parlementaire pluche kreeg, bestookt Vanwesenbeeck Vlaams minister van Economie Philippe Muyters (N-VA) met vragen over het subsidiebeleid. “Tijdens mijn eerste week in het parlement heb ik eens gezegd: alle subsidies weg en de belastingen omlaag”, lacht ze. “Dat was een beetje stoere taal, maar die boodschap krijg ik in ondernemerskringen wel vaker te horen. Ik besef dat afschaffen niet in alle gevallen de beste keuze zou zijn, maar ik maak er wel mijn missie van het subsidiebeleid aan een kritische blik te onderwerpen. Dat er een en ander beter kan, staat wel vast.”

 “Vlaanderen heeft geen fiscale hefbomen in de vennootschapsbelasting”, repliceert minister Muyters. “We moeten het dus stellen met subsidies om onze bedrijven competitief te houden ten opzichte van het buitenland. Het liefst van al zou ik de vennootschapsbelasting zodanig verlagen dat we alle subsidies kunnen schrappen. Maar ik heb die bevoegdheid niet, en probeer via gerichte subsidies concrete impulsen aan de Vlaamse economie te geven. De afgelopen jaren heb ik het instrumentarium drastisch vereenvoudigd en zwaar ingezet op het overbodig maken van subsidiologen. Ook de werking van het Vlaamse Agentschap Innoveren en Ondernemen (Vlaio) en de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) heb ik gewijzigd, zodat het voor ondernemers veel gemakkelijker wordt om te krijgen wat ze zoeken. Maar dat werk zal nooit volledig klaar zijn. Ik blijf hameren op transparantie en klantgerichtheid.”

Ongelijk verdeeld

De Vlaamse regering gaf tussen 2007 en 2017 niet minder dan 1,7 miljard euro aan economische bedrijfssubsidies uit en 1,53 miljard euro aan innovatiesteun. Een selecte groep van 25 bedrijven ontving van dat bedrag liefst 582 miljoen euro. Het gaat om grote bedrijven. De regering heeft maatregelen genomen om de toegang voor kmo’s te verbeteren, maar volgens Vanwesenbeeck is er nog altijd geen gelijk speelveld. Het klassieke argument luidt: de procedures zijn te ingewikkeld voor een bedrijfsleider die geen tijd heeft om zich met ambtelijke details onledig te houden. 

Niet waar, vindt minister Muyters: “Met de kmo-portefeuille – steun voor opleidingen en adviezen – richten we ons tot de kmo’s. Met succes: in 2013 hadden we 74.138 projecten, in 2017 waren dat er 130.246. De vereenvoudiging van het systeem heeft duidelijk gewerkt. Ook in de innovatiesteun zien we een groeiend aandeel kmo’s: in 2012 was dat 38 procent, in 2017 steeg dat al tot 49 procent. We zijn op de goede weg.” 

Bij de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka bevestigt Vincent Thoen, senior adviseur economie en innovatie, de impact van de hervormingen die begin dit jaar zijn doorgevoerd. “De ambtelijke procedures en het vakjargon schrikten de kmo’s af”, zegt hij. “Nu is alles herleid tot één document van vier pagina’s dat enkel focust op de kerninformatie. Het is nog vroeg om de balans op te maken, maar ik begrijp uit de eerste analyses van Vlaio dat er een toestroom is van nieuwe klanten.” 

Toch ziet Vanwesenbeeck redenen om meer in te zetten op kmo’s. “Voor zowel de innovatiesteun als de economische steun is de verhouding tussen kmo’s en grote ondernemingen momenteel ongeveer 50/50. Maar omdat er meer kmo’s zijn, betekent dit dat zij relatief te weinig vertegenwoordigd zijn. Deze legislatuur is er al heel wat gebeurd om de steun toegankelijker en eenvoudiger te maken, maar we moeten er naar blijven streven om een groter aantal kmo’s te bereiken. Net voor kmo’s kan de overheidssteun het grootste verschil maken.”

Efficiëntie

Naast de kwestie of de subsidies bij de juiste bedrijven terechtkomen, vraagt Vanwesenbeeck zich ook af of de middelen wel efficiënt worden besteed. En daarvoor kijkt ze naar de werkgelegenheidscijfers van de 25 bedrijven die meer dan 35 procent van alle innovatiesteun tussen 2007 en 2017 opslokten. “Janssen Pharmaceutica heeft bijvoorbeeld in een decennium 95 miljoen euro steun gekregen”, zegt Vanwesenbeeck. “In diezelfde periode is de werkgelegenheid er met 130 mensen gestegen. 

Het is wat kort door de bocht om de innovatiesubsidies te koppelen aan werkgelegenheid, maar ik vind 130 extra banen voor 92 miljoen euro investeringen een mager resultaat. Het kan trouwens nog erger. Op de tweede plaats in die top 25 staat Nokia/Bell. Dat is goed voor 51 miljoen subsidies in tien jaar, terwijl de werkgelegenheid er in die periode achteruit ging met 546 voltijdsen. 

Waar hebben die subsidies dan voor gediend? Als het enige argument is dat zonder die steun de bedrijven en hun werkgelegenheid weg zouden trekken, dan kunnen we daar toch niet ondubbelzinnig positief over zijn?”  “Macro-economisch is er duidelijk bewijs dat innovatiesteun positieve effecten heeft op de werkgelegenheid en de groei bij bedrijven”, zegt Muyters. “Op individueel niveau is dat moeilijker aan te tonen, omdat er vaak veel tijd zit tussen de steun en de effecten, of omdat er externe factoren spelen. We evalueren continu onze instrumenten, maar werkgelegenheid is niet het enige zaligmakende effect. Het gaat ook om verankering, continuïteit en durf. De steun moet bedrijven helpen te durven investeren en risico te nemen.”

Neveneffecten

Met het oog op een aantal neveneffecten pleit Vanwesenbeeck voor meer evaluatie van de subsidiemechanismen. De politica wijst onder andere op het marktverstorende effect van subsidies in de markt van de bedrijfsopleidingen. De prijzen van die opleidingen zouden zijn gestegen. “Subsidies kunnen nut hebben, zeker voor innovatie”, zegt Vanwesenbeeck. “Al vraag ik me af of sommige grote bedrijven waar de meeste subsidies naartoe gaan, zonder die subsidies ook niet aan dat innovatietraject zouden beginnen. 

Het lijkt me cruciaal te weten of de subsidies zorgen voor investeringen die er anders niet zouden komen. Wat betreft de economische bedrijfssteun moeten we ons durven af te vragen of de steunmechanismen wel de beste manier zijn om bedrijven in hun competitiviteit te ondersteunen. De middelen die door zo’n evaluatie vrijkomen, kunnen gaan naar maatregelen in de fiscaliteit, arbeidsmarkt en mobiliteit die de concurrentiepositie misschien zelfs beter ondersteunen.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x